Het boek begint met ‘Het raadsel’ had je daarmee een speciale bedoeling?
De woorden ‘Sorry Eva Peer’ zag ik ooit op een weg staan. Telkens als ik daar fietste bedacht ik voor de grap een ander verhaal, in m’n hoofd, niet op papier. Maar in werkelijkheid gebeurt dat ook; als mensen iets zien of horen, kunnen ze oordelen zonder er veel van te weten. In het boek heb de geschiedenis van Kasja en Michail als verhaal achter die woorden gebruikt. Je komt er later pas achter hoe die bedoeld zijn.

Heb je ‘waarheden’ in het boek gebruikt of alles verzonnen?
Lang niet alles is fictie. De informatie die ik van asielzoekers en advocaten kreeg heb ik gebruikt om dit boek te schrijven. In die zin is DGK een realistische geschiedenis. Het verhaal van Michail is niet overdreven, de werkelijkheid is dikwijls nog harder.

Vind je die werkelijkheid eerlijk?
De advocaat in het boek zegt: ‘Het is eerlijk dat er regels zijn. Het is moeilijk om die regels altijd rechtvaardig toe te passen. Niet elke beslissing is voor je gevoel een rechtvaardige beslissing. Helaas...’ Dat is de trieste waarheid. Macht en economische belangen zijn dikwijls doorslaggevend, gewone mensen zijn minder belangrijk. Ik kan die werkelijkheid dus niet eerlijk vinden.

Maar waarom loopt het dan goed af in jouw boek?
Eigenlijk is dat niet het geval. Michails ouders krijgen betere kansen, maar het is niet gezegd dat het goed gaat aflopen. Het boek heeft een open einde.

Heb je dat gedaan om nog een vervolg te kunnen schrijven?
Nee, dat was niet de reden. De realiteit is dat mensen onvoorstelbaar lang in een uitzichtloze situatie zitten. Ze kunnen vrijwel geen kant op en mogen niet eens een normaal leven opbouwen of aan het werk als ze dat graag willen. Dan is het te mooi en niet geloofwaardig om op blz. 151 te schrijven dat alles koek en ei is.